dinsdag 18 augustus 2015

144.Besluit Twee A

          BESLUIT DEEL TWEE A

          Gedurende negen eeuwen hebben de Feniciërs hun stempel gedrukt op de
          landen en volken van een groot deel van de Middellandse zee. Voor
          archeologen, die naarstig naar resten van de Punische en Fenicische
          beschaving zoeken en nog minder voor toeristen, die een prachtige
          Punische tempel willen bewonderen, komt het als een nauwelijks te
          bevatten zaak over. Want voor resten van deze beschaving moet niet
          gezocht worden naar bouwwerken. Zo die er al waren, dan hebben de
          Romeinen die wel vernietigd. De beschaving van de Feniciërs en hun
          westerse loot de Puniërs moet vooral gezocht worden in de overdracht van
          het schrift en in het economisch openbreken van de toenmaals
          onderontwikkelde Middellandse zeekust. Eeuwenlang waren de Feniciërs
          van 1200 tot 800 als een eenoog koning in het land der blinden.
          Verstoken  van elke vorm van reële concurrentie konden zij in een groot
          deel van de Middellandse zee opereren als de Portugezen en Spanjaarden
          het meer dan 2000 jaar later zouden doen over de gehele wereld. Zij
          waren overal in de toenmaals bekende wereld en dat was de wereld van de
          Middellandse zee en het Midden‑Oosten.
          Overal boden zij hun snuisterijen aan aan de inheemse bevolking, zoals
          later de Nederlanders en Engelsen met kralen en spiegeltjes de inheemsen
          van Afrika bezochten om er wel waardevolle produkten als retourvracht
          van terug mee te nemen. De Feniciërs namen als retourvracht vooral
          koper en tin mee. Dat was nodig voor de vervaardiging van brons in het
          moederland Fenicië. Van lieverlee ging men over to ook transitohandel.
          Men vervoerde elk produkt van land tot land, zolang dat vervoer maar winst maakte.
          In deze eerste eeuwen blijft Fenicië het belangrijkste anker voor de
          Fenicische zeevaarder en/of kolonist. De Feniciërs in het westen
          leven in hun schepen, of op de kliffen, of op kleine stukjes gepachte
          grond van de inheemse vorsten. Het zijn hoogstens factorijen, die
          gesticht worden. Een stad van en voor de Feniciërs in het westen is
          een uitzondering. Alleen Utica, Gadir en Lixos kunnen echte grote steden
          genoemd worden.
          De Zeekanaanieten trekken als zigeuners over de Middellandse zee en
          blijven slechts daar waar goede zaken te doen zijn met de sedentaire
          bevolking. Na verloop van tijd gaat men vaste plaatsen in gebruik nemen
          en ook vaste routes. Hun schepen zijn klein en meestal vaart men langs
          de kusten. Tegen de avond trekt men het schip op een veilige plaats op
          het strand, overnacht en gaat de volgende dag verder naar de
          dichtstbijzijnde factorij.
          In dit beeld komt verandering, als de eigen thuishavens in het
          moederland bedreigd worden met daadwerkelijke onderwerping. Pas dan gaan
          grotere groepen Feniciërs zich blijvend vestigen in het veiliger
          westelijke deel van de Middellandse zee. Carthago is daarvan het grote voorbeeld.