zondag 14 juni 2015

134.Ophellas

          3.14.8. Ophellas.
          Nog in datzelfde jaar 308 (alhoewel sommigen het jaar 309 noemen),
          krijgt Agathocles aanzienlijke versterking vanuit het verre Egypte.
          De Syracusaanse Orthou haalt de Griek Ophellas over om met 10.000 man
          voetvolk, 100 strijdwagens en 600 ruiters naar Carthago te trekken. Nog
          eens 10.000 andere bgeleiden dit leger. Tegen de herfst van 308 gaat de
          stoet op weg en in totaal doet men er twee maanden over om bij
          Agathocles te komen. Van Cyrene tot Antomolai duurt de tocht 18 dagen en
          dat is het meest droge en moeilijke stuk door Libyë.
          De prestatie van Ophellas wordt hem niet in dank afgenomen, want
          nauwelijks aangekomen, wordt hij door Agathocles aangeklaagd en ter dood
          gebracht. Van het aan Ophellas beloofde (!) koninkrijk komt niets
          terecht. Agathocles had immers behoefte aan nieuwe manschappen en niet
          aan mededingers. De door Ophellas meegebrachte Macedonische huurlingen
          accepteren zonder schroom het nieuwe gezag en worden naar Syracuse
          gestuurd. Onderweg raken zij echter in een storm en stranden tenslotte
          in Neapolis. Volgens Justinius voert Agathocles voordien al die troepen
          nog aan in een veldslag tegen Bomilcar, maar die is in 309 al
          gekruisigd, of het moet een andere Bomilcar zijn. Een andere
          mogelijkheid is, dat de mannen van Ophellas al in 309 aankwamen.
          E.A.Freeman heeft het in "History of Sicily" over het jaar 307 voor wat
          betreft deze gebeurtenissen. Het jaar 308 lijkt echter het meest
          waarschijnlijk, want juist in dat jaar is Agathocles militair weer sterk
          en belegert (met de nieuw aangekomen troepen?) Utica. Hij bouwt er een
          grote toren in het zichtveld van de stad, waaraan hij 300 gegijzelden
          ophangt, op het moment, dat de stad weigert om zich over te geven.

               TOCHT VAN EUMACHOS
              Op een van zijn tochten naar het zuidwesten komt Eumachos in een
              gebied, "waar de bevolking samen met apen woont", zoals hij bericht.
              Ook komt hij in een gebied, waar een stam woont, die donkere huiden
              heeft. Hij moet dus tamelijk ver het binnenland zijn ingetrokken.
          Utica biedt furieus weerstand. De inwoners van de stad rest in hun
          desperate positie niets anders dan de naderbij rollende aanvalstoren te
          vernietigen en daarbij ook hun eigen gegijzelde burgers. Het heeft niet
          mogen baten. Na lange tijd valt de stad toch. Daarna komt Hippo
          Diarrythus aan de beurt. Na een zeegevecht wordt ook deze stad
          stormerderhand genomen. Dan maakt Agathocles een beslissende fout. Hij
          meent, dat zijn positie in het achterland van Carthago zo sterk is
          geworden, dat hij wel even op en neer kan varen naar Syracuse om nieuwe
          troepen te halen en om orde op zaken te stellen in zijn eigen stad.
ncfps