woensdag 4 februari 2015

94.Van Feniciers to Puniers.

          2.13.   Van Feniciërs tot Puniërs.

          Omstreeks 500 is de periode bij benadering afgelopen van de  Feniciërs
          als zelfstandig optredende steden in het westen van de Middellandse zee,
          die ieder voor zich, of iedere stad voor zich hun  handeltje  deden.  In
          een paar eeuwen tijds heeft een van de  vele  Fenicische  steden  zich
          opgeworpen  tot kampioen van  het  behoud  van  de  Fenicische  geest,
          traditie en het naakte voortbestaan in dit deel van de  antieke  wereld.
          Het moet weloverwogen gebeurd, want anders noem je deze stad niet "Qart
          Hadasjt".
          Successievelijk zijn de meeste Fenicische nederzettingen  opgegaan  in
          een Punisch rijk en meestal gebeurde dat  op  vrijwillige  basis.  Zelfs
          Utica wordt door Carthago gerespecteerd. Een stad, die op een  paar  uur
          varen verwijderd ligt. Een stad, die ook  ouder  is  dan  Carthago.  Het
          geeft aan, dat ook de nazaten van de Feniciërs hun  eerbied  voor  het
          oudere, voor waar men uit ontstaan is, hebben behouden. Nog tijdens  het
          beroemde verdrag tussen Hannibal en Philippus van Macedonië in 215 wordt
          Utica afzonderlijk genoemd als participant.

          Carthago was de grootste Fenicische  nederzetting  geworden.  Het  was
          waarschijnlijk groter dan Tyrus  of  Sidon.  De  eenvoudige  handelspost
          onder de rook van Utica had zich ontwikkeld tot een machtige handelsstad
          van allure. Het ging zelf kolonies stichten en was slechts voor de  vorm
          een kolonie van Tyrus. Zoals we gezien hebben, met de komst van  Grieken
          nam de stad het initiatief  tot  een  bundeling  van  alle  Fenicische
          krachten in het westen. Zo is er langzamerhand  een  compleet  Carthaags
          zeerijk ontstaan naar analogie van het Atheens‑Delische zeeverbond.  Dat
          ging niet of nauwelijks  gewapenderhand,  maar  met  instemming  van  de
          andere  Fenicische  steden.  Strijd  wordt  alleen  tegen  de  Grieken
          geleverd en van onderlinge strijd is geen sprake.
          Tegen 500 gaan we steeds meer spreken  over  Puniërs  en  Carthagers  in
          plaats van over Feniciërs. Het zijn benamingen, die in feite afkomstig
          zijn van de Grieken en Romeinen. Zij zelf zullen zich altijd Kanaänieten
          blijven noemen voor het grote geheel en als inwoner van  Tharros,  Nora,
          Motya, Gadir, Leptis of Untica enz enz enz.
          De Carthagers hebben een dikke eeuw de tijd gehad om hun rijk te ordenen
          en te mobiliseren  voor  de  grote  strijd,  die  komen  gaat  tegen  de
          Grieken en die in acht oorlogen uitgevochten zal gaan worden  ten  gunste
          van de Fenicische stam. het zal een Pyrrhus‑overwinning worden.
          Natuurlijk is dit alles niet met voorbedachte rade gebeurd. Groot blijft
          de onderlinge verdeeldheid bij de steden onderling.  Niettemin  was  het
          vage begrip van saamhorigheid in het westen van de Middellandse zee  wel
          voldoende  aanwezig  voor   een   gezamenlijke   kruistocht   tegen   de
          gemeenschappelijke vijand in de vijfde, vierde en zelfs een deel van  de
          derde eeuw.

          In  die  strijd  zal  het  met   diverse   andere   volken   en   staten
          bondgenootschap‑pen sluiten. Die met de Etrusken, Elymiërs en  Sicaniërs
          werden al vermeld.
          Dit zijn de vrijwillige allianties. Die met de Lybiërs en/of de Iberiërs
          zijn niet altijd op vrijwillige basis.  De  alliantie  met  de  Balearen
          wordt gekocht, namelijk met de levering van vrouwen!
          Na 510 komt daar op het gebied van de handel een andere bij. In dat jaar
          schudden de Romeinen het juk van de Tarquinii van zich af  en  verklaren
          zich zelfstandig.  Al  in  509  sluit  het  machtige  Carthago  met  het
          dwergstaatje Rome een eerste handelsverdrag! (Polybius III, 22).
          Carthago erkent in dit verdrag Rome, dat aan het  hoofd  staat  van  een
          Latijns bondgenootschap. Hiertoe  behoren  volgens  het  verdrag  Ardea,
          Antium, Laurentum, Circeji en Terracina. Carthago verplicht zich om geen
          vijandige daden te begaan tegen deze steden en ook om  geen  kasteel  of
          steunpunt in Latium op te richten. De Romeinen mogen niet  voorbij  "het
          schone voorgebergte" gaan, anders dan in geval van nood.
          Carthago heeft zich aan dit verdrag gehouden. Rome niet!




Map 7.3.Die beiden ersten römisch-karthagischen Verträge und das foedus Cassiianum, K.E.Petzold, Tubingen, blz 364-411 in: Aufstieg un Untergang der Römischen Welt, Berlin/New York 1972.